Onder weg - transit oriented development

Transit oriented Development als denkbeeld?

Wat nu als huidige treinen er niet meer zijn, en wij zelf geen auto meer besturen? Vervoersmiddelen kunnen on demand voorrijden. Wij kunnen ons met die vervoermiddelen zeer snel verplaatsen. Worden de vervoermiddelen van The Jetsons uit 1962 dan toch nog werkelijkheid? Dat waren onze gedachten bij de opgave naar de transit oriented development op de Zaancorridor.

Transit Oriented Development met een scope tot 2065

Hoe zien in 2065 de stationsomgevingen eruit aan de Zaancorridor, de spoorlijn van Amsterdam tot Heerhugowaard? Dat was de vraag van BNA onderzoek samen met Provincie Noord-Holland, de gemeenten Castricum, Zaanstad, Heerhugowaard, NS Poort, TU Delft en vereniging Deltametropool. Voor vijf punten op de lijn is een uitvraag gedaan om met drie multidisciplinaire ontwerpteams een beeld te schetsen. In totaal dus 15 perspectieven op 2065.

Wat is Transit Oriented Development?

Transit oriented development is een openbaar vervoer– en ruimtelijke ordeningsconcept waarbij infrastructuur en ruimtelijke inrichting op het gebied van zowel planvorming, financiering en exploitatie geïntegreerd worden aangepakt. Het openbaar vervoerssysteem wordt hierbij als de ruggengraat en aanjager van de stedelijke ontwikkeling gezien. Lees hierover meer op bijvoorbeeld wikipedia.

De stationsmarkt in Krommenie – Assendelft

Met ons team (XVW architectuur, Joost Körver (architect), bureau BOL (landschapsarchitectuur) en Movin (vervoersadvies)) hebben we een scenario opgezet waarbij we de technologische invloed hebben laten toenemen, door ons niet meer afhankelijk te stellen van de bestaande auto en de trein. Dit scenario hebben we ingebracht omdat de uitvraag juist de kans geeft verder te denken. De locatie Krommenie – Assendelft is er een zoals zo velen in Nederland, VINEX-locaties aan de spoorlijn.

Uitwerking van Transit Oriented Development in Krommenie – Assendelft

Wanneer auto’s verder ‘in treinen’ gaan rijden wordt het steeds meer mogelijk om efficiënt te rijden. Het adaptieve rijden en de google-auto’s zijn daar goede voorbeelden van. Ook is er een trend waarneembaar dat het autogebruik afneemt. Treinen worden steeds korter en gaan hoogfrequenter en spoorboekloos rijden. Spoorboekloos houdt in dat er geen vertrektijdenboekje meer nodig is door de hogere frequentie van rijden. Het dilemma blijft dat er voor- en natransport en de betrouwbaarheid en de flexibiliteit, zoals met de auto.

Nieuw landschap, extra stedelijke kwaliteit

Weg met de auto, en weg met de trein en systemen slimmer en efficiënter gebruiken. Er liggen veel dubbele systemen. Dit kan efficiënter, de ruimte kan toegevoegd worden aan de leefkwaliteit van dorpen en steden. Er kan ruim 2,5 keer het oppervlak van Haarlem teruggegeven worden aan het landschap.

Nieuwe markt voor de NS

Door de strategische positie van de NS hebben zij een belangrijke positie in ook de toekomstige netwerken. De overstapmachines kunnen weer ingezet worden als ontmoetingsplek. Het station in Krommenie – Assendelft ligt centraal in het stedelijke gebied. Het stedelijke gebied is slim verbonden met Amsterdam. Hierdoor kunnen reizigers ook sneller in Krommenie – Assendelft komen en zal locatie nivelleren met andere plekken in groot Amsterdam of metropoolregio. In de spoorzone is dan nog voldoende fysieke ruimte om te ontwikkelen, zodat de plaatswaarde kan toenemen.

Wilt u meer weten over transit oriented development? Neem stuur mij dan een bericht via mijn contactformulier.